De Fontein erkent van harte de traditie en praktijk van de kinderdoop. Ouder(s) die dat verlangen, mogen hun kind laten dopen. Zij beloven daarbij hun kind voor te gaan in de weg van Christus. Aan kinderen wordt dan ook een eigen plaats gegeven in het leven van de gemeente, in de eredienst. De kinderen worden ingewijd in het geloof door geloofsopvoeding en catechese, in de hoop dat ze uit mogen groeien tot volgelingen van Jezus. In de weg van inwijding en van ontwikkeling van (beginnend) eigen geloof past het dat kinderen worden uitgenodigd om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Het is aan de ouders hoe hierin te beslissen.

De Fontein erkent van harte de kracht van de traditie van doop op belijdenis. Dit betekent dat ouders er ook voor kunnen kiezen hun kind niet te laten dopen maar het voor te gaan in de weg van Christus, in het verlangen dat het zich later zelf laat dopen. De geloofsopvoeding en catechese van De Fontein wil hier dienstbaar aan zijn. Ouders die dit betreft, kunnen hun kinderen in de kerk opdragen. Het ligt niet voor de hand dat ouders die hun kinderen niet laten dopen, het laten deelnemen aan het Heilig Avondmaal.

Het spreekt vanzelf dat in De Fontein met vreugde mensen die nog niet gedoopt zijn, maar tot geloof zijn gekomen in Christus, zullen dopen. Zij worden gedoopt ‘op hun belijdenis’.

De consequentie van de aanvaarding van de kinderdoop binnen De Fontein is, dat eenmaal als kind gedoopte leden, overeenkomstig wat daar hierboven over is gezegd, niet nog een keer gedoopt kunnen worden. Wij moedigen gemeenteleden die dat willen niet aan zich elders te laten dopen. Gemeenteleden die dit wel doen zullen als volwaardige leden van De Fontein blijven beschouwen (met uitzondering van predikanten: zij plaatsen zich in het voorkomend geval buiten het kerkverband van de Protestantse Kerk).

Er is ruimte voor de doopgedachtenis. Hoewel hier nog geen ervaring mee is, zal in voorkomende gevallen gezocht worden naar een passende vorm. Een doopgedachtenis brengt de ‘bekeerling’ in lijfelijk contact met het doopwater waarin hij of zij ooit is gedoopt. Hierbij wordt een persoonlijk getuigenis of belijdenis uitgesproken. De wijze waarop dit lijfelijk contact tot stand komt, kan nader worden besproken en vastgesteld. Voor de gemeente moet het duidelijk zijn dat het bij een doopgedachtenis niet om een doop gaat.

De doop hoeft niet geproblematiseerd te worden. Laat ieder uit de overtuiging van zijn of haar hart handelen en de doop als gave van God met vreugde ontvangen of laten ontvangen. We dopen in De Fontein niet met een angstig geweten of een betreffende doop ‘wel mag’ of ‘wel bijbels is’. We mogen leven in een evangelische vrijheid. We hoeven evenmin de opvatting van hen die doop en eigen geloofsbelijdenis verbinden te problematiseren. We kunnen in vrijheid gemeenteleden die op grond van hun overtuiging zich elders hebben laten dopen, blijven aanvaarden.

Laat echter wel in liefde en openheid steeds het gesprek over en de bezinning op de doop gaande gehouden worden. De doop is een groot gebeuren, een heilig sacrament, en daar past een voortdurend gesprek over de kinderdoop en doop op belijdenis bij en de daarbij horende zoektocht van gemeenteleden. Ook waar dit gesprek onder het voorteken van evangelische vrijheid staat, zijn we wel gehouden ons ernstig te bezinnen op wat ons van God gegeven is en of we ook als het om de doop gaat, ons bewegen in de weg van de gehoorzaamheid van het geloof.

Download: Doopnotitie 17 mei 2017